kaarsje-01.jpg

Meditatie: "Je leven delen"

  • Geschreven op:
    28 augustus 2021

In die gezindheid, vol liefde voor u, waren we niet alleen bereid u te laten delen in Gods evangelie, maar ook in ons eigen leven. Zo dierbaar was u ons geworden.
(I Thessalonicenzen 2:8)

In een autogarage zat ik te praten met de autoverkoper. We hadden alle tijd en met een goede bak koffie erbij kan er sowieso al niets meer mis gaan. Ik vroeg hoe hij in zijn vak terecht was gekomen, of hij ’t naar z’n zin had. Omgekeerd vroeg hij wat ik voor werk deed en daar vertelde ik wat over.

Toen zei hij: ‘Eigenlijk doen wij hetzelfde soort werk. Of nou ja, jouw product roest niet – dat van mij uiteindelijk wel. Maar in de kern gaat het om hetzelfde. Je probeert allebei zo goed mogelijk te kijken hoe die boodschap of die auto aansluit bij je klant.’ Na deze rake observatie ging hij verder: ‘ik merk dat ik daarin ook gewoon maar het best eerlijk kan zijn. We zijn een kleine garage, ik wil dus ook werken aan de relatie met de klanten. Als je ze nept, komen ze niet meer terug. Dus ik push klanten niet om een auto te kopen. Toch weet ik dat dit soms gebeurt in de autobranche. Dan vertellen ze een gelikt verhaal met een leugentje erbij. Ook al is dat is niet eerlijk. Maar ze doen het omdat ze hun targets moeten halen’.

Aan de woorden van die autoverkoper moest ik denken bij het lezen van I Thessalonicenzen 2:1-12. Er waren christenen in de stad Thessalonica die Paulus maar een louche autoverkoper vonden. Ze zeiden tegen andere gelovigen: ‘Kijk uit voor die Paulus! Hij smeert je iets aan en vervolgens maakt hij dat hij weg komt! Hij is niet geïnteresseerd in jullie. Hij maakt misbruik van zijn positie en hangt alleen maar de grote baas uit, die zijn targets wil halen.’
Hoe kwam men daar bij? Dat is een lang verhaal (misschien moet ik daar eens over preken!), maar waar het op neerkomt is dat Paulus halsoverkop de stad uit moest vluchten omdat zijn leven in gevaar was.

Paulus verdedigt zich in deze brief aan de Thessalonicenzen. Hij zegt (in vers 1-6): ‘Lieve broeders en zusters, geloof niet wat ze zeggen! Je weet toch dat het niet waar is? Kijk hoe we ons gedragen hebben bij jullie! Dat had niks te maken met een dwaling, of oneerlijkheid of bedrog. We hebben niemand naar de mond gepraat, we waren ook niet uit op jullie geld.’
Vervolgens schrijft Paulus hoe hij zich wél gedragen heeft in Thessalonica. En dat is opvallend. Je krijgt hier zó’n heel andere kant van hem te zien. Intiem en persoonlijk – heel dichtbij. Dit is niet de verheven apostel van Christus die zijn rechten laat gelden. Integendeel, hij geeft hen alles wat hij heeft. Hij raakt betrokken op hun leven en dient hen vol liefde. Hij ging met hen om ‘met de tederheid van een voedster die haar kinderen koestert’ (vers 7). Dat Paulus zichzelf vergelijkt met een voedster, met een moeder van een kleintje – zegt gelijk al veel over wat je je bij die liefde moet voorstellen. Er is geen raker beeld van zichzelf wegcijferende liefde. Want voor je kind heb je alles over. Paulus laat ons hier een prachtig beeld zien van hoe je je geloof kunt delen: door de ander lief te hebben, komt er ook ruimte om het geloof te delen.

Nu we aan het begin van een nieuw kerkelijk seizoen staan en als gemeente aan de slag gaan met de vraag hoe je je geloofsverhaal kunt uiten, helpt Paulus ons op weg. Je geloof delen is geen trucje, waarbij je een ander wilt overtuigen. Nee, we worden geroepen om onszelf te zijn en ons leven te delen met de mensen om ons heen. Zó deed Paulus dat ook: ‘Vol liefde voor u, waren we niet alleen bereid u te laten delen in Gods evangelie, maar ook in ons eigen leven. Zo dierbaar was u ons geworden’ (vers 8).

Ds. Anne-Marie van Briemen